De bevrijdende verjaring
Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/28.2.4.6:28.2.4.6 Conclusie 'stuiten' van verval
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/28.2.4.6
28.2.4.6 Conclusie 'stuiten' van verval
Documentgegevens:
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS365304:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf werd onderzocht of vervaltermijnen niet zijnde van openbare orde vatbaar zijn voor 'stuiting'. Het bleek van groot belang onderscheid te maken tussen vervaltermijnen die zien op vorderingsrechten enerzijds en vervaltermijnen die zien op bevoegdheden en obliegenheiten anderzijds.
Waar het vorderingsrechten betreft, ligt het voor de hand de stuitingsbepalingen, voor zover het gedrag waaruit de vervaltermijn eventueel stamt dat toestaat, analogisch toe te passen. Bepleit werd langs die lijn dat (i) na het verrichten van een daad van rechtsvervolging de vervaltermijn "is uitgewerkt", dat (ii) na erkenning een beroep op de termijn in strijd met de redelijkheid en billijkheid is, dat (iii) in geval van onderhandelingen een beroep op de vervaltermijn in strijd met de redelijkheid en billijkheid kan zijn en dat (iv) de enkele schriftelijke mededeling geen grond biedt voor 'verlenging' van de vervaltermijn.
Waar het gaat om vervaltermijnen die geen vorderingsrecht maar een bevoegdheid of obliegenheit tot onderwerp hebben, is de stuitingsfiguur niet direct te transponeren, omdat stuiting iets zegt over de vraag of de crediteur zijn recht nog zal gaan afdwingen, terwijl dat afdwingen bij bevoegdheden en obliegenheiten niet aan de orde is. De crediteur kan zijn recht immers zonder medewerking van de debiteur verwezenlijken. Verlengende werking toekennen aan, bijvoorbeeld, de daad van rechtsvervolging is zinledig, omdat de crediteur ter verwezenlijking van zijn recht helemaal geen rechtsvervolging hoeft in te stellen.
Desalniettemin kan ook waar het om bevoegdheden en obliegenheiten gaat een beroep op de vervaltermijn van de debiteur in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn. Dat doet zich voor, bijvoorbeeld, bij de erkenning van een gebrek in het verkochte door de verkoper. Ook onderhandelingen kunnen aan een beroep op de vervaltermijn in de weg staan.